Aan de rand van Venhorst, in een landelijke omgeving, is deze woning opgebouwd uit twee zadeldakvolumes verbonden door een plat tussenlid. De massaopbouw verwijst naar de schuurachtige architectuur van het omliggende landschap zonder die letterlijk te herhalen.
De bruine baksteen met antraciet nuancering en een cementgebonden plint sluiten aan op de materiaalcultuur van de streek. Vlakke keramische dakpannen vormen samen met de geïntegreerde zonnepanelen één doorlopend dakvlak. De overdekte buitenruimte is opgenomen in de massa en vormt een vanzelfsprekende overgang naar de tuin.
Binnen stuurt de plattegrond de beleving: de zithoek aan de voorzijde, de leefkeuken aan de achterzijde met zicht op de tuin. Het bijgebouw biedt ruimte voor een achterom en speelkamer.









